Dinsdag 15 september, Prinjesdag, was een buitengewoon heerlijk warme dag bij ons in Leiden. Mijn Arduino-weerstation rapporteerde rond 15:30 een buitentemperatuur van liefst 29,33 graden. Dat is uitzonderlijk te noemen zo laat in september. Qua zonneschijn was het ook erg goed, maar vanwege de hoge buitentemperatuur waa de productie van mijn panelen minder dan op maandag de 14e.
Even de ogen uitwrijven: op energieopwek.nl, de website van het energiekkoord, flirtte de teller met de 5 GW grens. Er werd uiteindelijk 4.820 MW geklokt rond 14:20. Moet je voorstellen: het vermogen van 8 Borssele kerncentrales en al die energie zomaar groen-als-het-maar-zijn kan uit het heelal. Mijn eigen zonnepaneeltjes deden aardig mee. De vermogensgrafiek had een prachtig klok-verloop.
zie energieopwek.nl
Je hebt tafelzilver waar je trots op bent. Wat doe je ermee? Je poetst het om de paar jaar op en legt het weer in de kast. Dat is het dan en alles blijft zoals het is. Zo ook met de welstandsregels in Leiden. Gisteren was er vergadering van de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling met o.a. het voorstel van de wethouder om de welstandsregels op te poetsen. Mijn inspraak (zienswijze) werd afgedaan als notitie, en het voorstel werd bestempeld als ‘hamerstuk’. Met andere woorden: ondanks de ronkende woorden van B&W (“op elk dak van Leiden een zonnepaneel”), laten we zeggen het poetsen, blijft effectief in Leiden alles precies zoals het was. Een slak zou in slaap vallen.
Hieronder de ziensijze die ik had ingediend. U mag besluiten of dit anarchie ten top is of niet.
Samenvatting: Hoe houden we Leiden mooi? De insteek van de Werkgroep Duurzaamheid Profburgwijk is niet veel anders dan die van B&W: de stad soepel aanpassen aan nieuwe inzichten en tegelijk de waarden van de stad beschermen. wij zijn trots op onze wijk. We ervaren alleen voorstel van B&W echter als verfijning van de status quo van welstandsregels in onze beschermd stadsgezicht wijk. Naar ons idee is het voorstel in het kader van maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan verre van voldoende. De motivatie bij veel bewoners in de Profburgwijk (“hier mag niets”) zal ons inziens door het verfijnen van de huidige complexe regelgeving (“versoepeling” (?)) bepaald niet kantelen in “hoera, we gaan onmiddellijk aan de slag”. Wij pleiten hierom om zonnepanelen overal in het beschermde stadsgezicht toe te staan, met een minimum aan duidelijke regels. Dat zet zoden aan de (klimaat) dijk.
Zienswijze Werkgroep Duurzaamheid Profburgwijk
Onlangs heeft het energieconcern Vattenfall een Duurzaamheidsindex gepubliceerd van Nederlandse gemeenten, te raadplegen op:
Duurzaamheidsindex van Nederland (DiNG) | Vattenfall
In deze index neemt Leiden wat zonnepanelen betreft een uiterst bescheiden plek in. Van de Leidse huishoudens heeft 4% zonnepanelen. Landelijk is dat 9%.
De klimaatcrisis is zo ver gevorderd dat er geen tijd meer is om maatregelen om klimaat-verandering tegen te gaan, vooruit te schuiven, Ook in ons mooie Leiden is die tijd op. Het heeft 20 jaar geduurd voordat Leiden 4% zonnepanelen bij huishoudens had gerealiseerd. Als we als gemeente echt serieus en voortvarend willen decarboniseren moet dit tempo drastisch omhoog. Bierviltjesberekening: als we extrapoleren duurt het 100% : 4% x 20 jaar = 500 jaar voordat 100% van de Leidse huishoudens zonnepanelen zouden hebben.
B&W spreken luid en duidelijk de volgende wens uit: “op elk dak in Leiden een zonnepaneel.” De klimaatverandering is zo actueel dat we bepaald niet de luxe hebben om 500 jaar zo nu en dan wat zonnepaneeltjes te plaatsen.
De handen moeten structureel, en heel ver uit de mouwen. Wij, burgers, moeten een belangrijke bijdrage leveren aan het decarboniseren van de samenleving. Wij moeten heel veel doen: niet alleen onze woningen isoleren maar tegelijk van het gas af gaan én CO2 neutraal gaan consumeren. Bij elkaar: verduurzaming. Dat vereist een kanteling. Met even zoveel woorden: willen we in 2050 CO2 neutraal zijn dan moeten burgers verregaand worden gestimuleerd om te verduurzamen. De status quo moet veranderen. Wij vrezen dat voorzichtig knabbelen aan de randjes van bestaande beperkingen geen zoden zet aan de dijk van ambitieuze klimaatplannen van B&W.
Zonnepanelen dragen sterk bij aan verduurzaming en hebben een grote visuele signaalwaarde. Een huis met zonnepanelen zichtbaar op het dak straalt verduurzaming uit. Wij vinden hierom beperking van zichtbaarheid van zonnepanelen juist contrapresterend. Zonnepanelen passen best in het beschermde stadsgezicht mits ze niet al te veel opvallen. Wij voelen aan de voorgestelde regeltjes voor dakvlakken dat onze mening (heel voorzichtig) wordt onderschreven door Erfgoed Leiden & Omstreken.
In de Professoren- en Burgemeesterswijk (Profburgwijk) is verduurzaming uiterst actueel omdat het een vooroorlogse wijk betreft met een toegekend gemiddeld energielabel F. De CO2 uitstoot is relatief hoog vanwege verwarming in slecht geïsoleerde woningen. Hier valt dus enorm veel te winnen. Zonnepanelen dragen hier krachtig aan bij. De huidige welstandsregels werken echter demotiverend op huiseigenaren die krachtig willen verduurzamen. Men ervaart de huidige welstandsregels als veel te streng en krampachtig gedetailleerd.
Het voorstel van versoepeling van welstandsregels was vergezeld van een kaart waarin zeer gedetailleerd, eigenlijk dakvlak voor dakvlak, per woning wordt aangegeven wat voor type vergunning men nodig heeft: geen (vergunningsvrij), wel (vergunningplichtig) of geen (verboden te plaatsen). Veel woningen in de Profburgwijk bleken per dakvlak wel of niet vergunningplichtig te zijn. Dat geeft verwarring en in het verlengde hiervan verlamming. Die kaart zou een hulpmiddel zijn maar wordt nu vervangen door een on line kaart die nog niet beschikbaar is. Verder wordt opnieuw een intimiderend aantal regeltjes gepresenteerd. Werkt deze vergroting van complexiteit motivatieverhogend bij burgers of juist paralyserend? Wij vrezen het laatste.
Op de website van Algemeen Dagblad kom ik vandaag een aardige promotie tegen voor grootschalige aardwarmte. Anderhalf miljoen woningen van het gas af halen, vooral de wat oudere woningen die slecht zijn geisoleerd. Heel eenvoudig en prima uitgelegd; diep gat in de aarde boren, heet water oppompen, warmtenet aanleggen, pijpjes met aardwarmtewater vanuit het warmtenet hups jouw huis in, klaar is Klaas. Zo eenvoudig is dat, meneertje.
Nu geloof ik graag in sprookjes, tovenaars en wonderen, en ik waardeer dat er een meneer is die heel grootschalig woningen van het gas af wil hebben, maar om dat te doen zonder die woningen op z’n minst fatsoenlijk te isoleren? Vervang “aardwarmte” door “stadswarmte” en je hoort andere meneren precies hetzelfde sprookje vertellen. Kosten? Wiebetaaltdat? Exploitatiekosten? Wegwuiven: subsidies en “ach, valt wel mee, mevrouwtje, gaat u maar lekker slapen”. Ik hoor de echo van Diederik Samsom’s “de consument gaat er financieel op vooruit!”
In de Telegraaf klagen huurders vandaag dat ze helemaal klem worden gezet, alleen al door (alweer) schandalige stijging van de huur. Mogen ze blij zijn dat ze niet ook nog eens op stadswarmte zitten want dan lopen ze grote kans om verpletterd te worden in de bankschroef van onbeheersbare huurstijging aan de ene kant en even ongecontroleerde stijging van het warmtetarief aan de andere.
Algemeen Dagblad: Onderzoek: Ruim kwart van Nederlandse woningen kan over op aardwarmte
Telegraaf: Huurders in nood: ‘We staan met onze rug tegen de muur’
Moet ik me trots voelen of belazerd? Naar aanleiding van mijn inspraak (afgelopen februari) op het voorstel van de wethouder om de welstandregels in Leiden te ‘versoepelen’ staat er een heuse ‘floris-clausule’ in het voorstel van B&W dat binnenkort (8 september a.s.) in de Raadscommissie komt. Het gaat om vervangen van zonnepanelen op woningen die in een Beschermd Stadsgezicht-wijk liggen maar die niet illegaal zijn omdat ze legaal geplaatst zijn voordat de wijk beschermd stadsgezicht werd: afgeschreven inefficiente ouwe troep dus, zoals mijn zonnepanelen. Op het moment mag ik helemaal niets vervangen of bijplaatsen, want zonnepanelen zichtbaar vanaf de straat zijn illegaal in het Leidse beschermd stadsgezicht. Mijn PV installatie is een soort gemeentelijk-monument-in-limbo.
De bewuste passage in het voorstel dat nu bij de raadscommissie ligt:
Panden waarop legaal zonnepanelen zijn aangebracht, op een hellend dakvlak, al dan niet zichtbaar vanaf de openbare weg, vóór de datum van aanwijzing van het beschermd stadsgezicht waarin deze gelegen zijn (Leiden binnen de Singels 12-08-1981, Leiden Zuidelijke Schil 13-04-2011)
Het is toegestaan bestaande panelen te vervangen door nieuwe zonnepanelen mits aan deze aan de volgende voorwaarden voldoen
Moet je voorstellen: B&W willen graag “op elk dak in Leiden een zonnepaneel”. Volgens de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex van Vattenfall liggen er zonnepanelen bij 4% van de Leidse huishoudens. Het heeft 20 jaar gekost om zo ver te komen. In dat tempo duurt het zegge en schrijven 100% gedeeld door 4% maal 20 jaar = 480 jaar voordat de wens van B&W werkelijkheid is geworden. Dat is de tijdschaal waarmee men hier werkt. Niet voor niets wordt een belegeringetje (namens het legale gezag overigens) door Spaanse huurlingen 480 jaar geleden lokaal nog elk jaar gevierd alsof het gisteren was!
Ergens weggestopt in het regionale dagblad vond ik een kort berichtje dat in Leiden slechts 4% van alle huishoudens zonnepanelen heeft. De score van mijn gemeente is dus 1 op 25. Het landelijke gemiddelde zou 1 op 8 zijn. Loppersum gaat op kop met 1 op 3. Die miserabele prestatie van Leiden is nogal zuur voor de gemeente, temeer omdat de verantwoordelijke wethouder afgelopen februari nog van de daken schreeuwde (!) dat haar beleid is dat er op elk dak waar dat mogelijk is zonnepanelen moeten komen. Maar die ambitie lijkt te zijn vastgelopen in de akelige ambtelijke, bestuurlijke en juridische stroop waarmee we in onze mooie stad anno 2020 te maken hebben. De versoepeling van de plaatselijke welstandsregels die broodnodig is zou met spoed ter hand worden genomen. Een prachtige zomer later met hoge opbrengsten van mijn zonnepanelen en er is nog steeds niets meer gebeurd dan het vooruitschuiven van dit belangrijke punt op de agenda van de bestuurscommissie. Als die uitgekrakeeld is moet de wethouder wijzigingen aanbrengen en dan gaat het hele pakket naar de gemeenteraad, waar zich een nieuw ronde gekissebis zal afspelen. En dat allemaal voor een wijziging waarvan de honden geen brood lusten. Ik ken heel wat huiseigenaren in mijn wijk die hangende wat er uit de gemeentelijke hoed komt rollen hun beslissing hebben uitgesteld om wel/net zonnepanelen te laten installeren. Je loopt namelijk het dikke risico dat gloednieuwe panelen er nog niet liggen of er belt een handhavingsambtenaar aan met de mededeling dat ze illegaal zijn en ze er dus weer af moeten. Ik ben hierom benieuwd wat er dit najaar gaat gebeuren. Immers, indien de gemeente het huidige tempo handhaaft dan hebben we in Leiden misschien in het jaar 3000 zonnepanelen op de helft van de daarvoor geschikte daken. Als Leiden dan tenminste nog nog bestaat, want klimaatverandering stoort zich niet aan treuzelende wethouders en stroperige gemeenteraden.
Kijk wat jouw gemeente presteert in de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex gepubliceerd door Vattenfall
Voor Jan-de-particulier-met-een-koopwoning niet, aldus een zojuist uitgekomen rapport “Woonlastenneutraal koopwoningen verduurzamen” uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. Die zit: als je puur op de pegels let heeft het geen zin om geld te steken in verduurzaming. Het verdient zich nauwelijks terug, en helemaal niet meer als je na 2030 nog slechts een hondenfooi krijgt voor je aan het net teruggeleverde zonnestroom (houd er ff rekening mee: 70% van wat jouw panelen produceren gaat hupsakee, terug het net in).
Dat is een harde conclusie van de auteurs van het rapport. Gezinnen die veel energie verbruiken zouden nèt uitkomen, alleenstaanden en partner-samenwonenden niet. De kosten zijn behoorlijk en de besparingen zijn te laag om een redelijke terugverdientijd te hebben. En dan gaat het nog slechts om verduurzaming tot het niveau wat we kennen als B-energielabel. Naar energie-nul gaan betaalt zich helemaal nooit niet terug, aldus de strekking van het rapport.
bron: Schilder, F., & M. van der Staak (2020), Woonlastenneutraal koopwoningen verduurzamen: verkenning van de effecten van beleids- en financieringsinstrumenten, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Commentaar:
OK, we zitten als samenleving diep, diep in de puree. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door ongebreideld uitstoten van CO2 in de atmosfeer. Bij huishoudens komt de helft van de CO2 uitstoot door verwarming. Die component moet weg. Een van de maatregelen is van het gas af gaan, maar daarvoor moet je woningen isoleren, met name oude woningen: dak, muren, ramen, vloeren. Daar is gewoon geen ontkomen aan. Die werkzaamheden kosten heel veel investeringen. Waar haal je als samenleving dat geld vandaan? Als particulier kan je alleen maar geld overhevelen van consumptie naar investering. Maar kunnen we of willen we dat? In het PBL rapport wordt met name gewezen op torenhoge hypotheeklasten van jonge gezinnen. Die hebben het geld dus gewoon niet. Voor hen is het een dagelijkse uitdaging om het financiēle hoofd boven water te houden. Sommige ouderen hebben wel geld maar ze zien een korte investeringshorizon en willen daardoor veel sneller terugverdienen dan realistisch is. Blijft een vrij kleine groep over van mensen die je kan proberen te overtuigen om te verduurzamen. Vind jij het leuk om in plaats van leuke spannende dingen te kopen zoiets saais te doen als het laten volschuimen van de spouw van je woning?
Nu legt het PBL rapport puur de lat bij besparing. Verduurzaming moet zich altijd “terugverdienen”, en wel liefst zo snel mogelijk. Dat is eigenlijk niet te verteren. Consumptieve uitgaven hoeven zich nooit terug te verdienen. Verdient jouw zomervakantie zich terug? Welnee, maar toch heeft die zomervakantie iets aan jouw leven toegevoegd waardoor je best tevreden bent over de uitgaven die je ervoor hebt gedaan. Zo is het ook met verduurzaming. Een mooi voorbeeld is het overgaan van koken op gas naar inductiekoken. De uitgaven zijn behoorlijk: zeg 1.000 euro voor de inductieplaat en 500 euro kosten voor de electricien die de boel aansluit. Verdient zich dat ooit terug? Never ever nooit niet, zou ik zeggen.
Toch maakte ons huishouden twee jaar geleden de overstap naar inductiekoken. Dat kostte inderdaad een smak, maar we zijn al twee jaar lang uiterst tevreden met dit stukje verduurzaming. Want: de keuken blijft stukken schoner zonder hete verbrandingsgassen, de pannen blijven schoon, de pangrepen worden niet meer zo heet dat je eraan kan branden, geen vlam in de pan, en de afzuigkap hoeft stukken minder hard te werken. Schoonmaken is een lachertje: lapje erover, klaar! Met andere woorden: comfort. We gaan echt niet terug naar koken op gas omdat het financieel onverantwoordelijk zou zijn om te investeren in inductiekoken. We zouden wel gek zijn! Leve verduurzaming!
Singapore is een merkwaardig oord. Een eiland ter grootte van tweemaal Texel met daarop een enorme haven, industrie, raffinaderij, een druk internationaal vliegveld, en een stad met vijf en een half miljoen inwoners. Ga dat maar eens verduurzamen. O ja, Singapore ligt bijna op de evenaar, midden in de tropen, en dat betekent airco, airco, airco. Waar haal je de stroom vandaan voor al die industriële en civiele energieslurpers? Volgens de US Energy Information website komt 95% van de benodigde elektriciteit uit fossiele bronnen, met name aardgas. De Singaporezen hebben het verdrag van Parijs ondertekend en zijn naarstig bezig duurzame energiebronnen aan te boren. Een uitdaging, want hydro-elektriciteit is er niet, en het waait niet echt hard aan de evenaar. Zo dom als Hollanders die houtsnippers invoeren uit ontbossingsgebieden in de Verenigde Staten zijn Singaporezen niet. Er is wel zon, veel zon, zeg maar heel veel zon die rond het middaguur recht boven de stadstaat schijnt. Elke vierkante meter Singapore ontvangt per jaar 1.580 kWh zonne-energie (Nederland krijgt per vierkante meter iets van 1.000 kWh per jaar). Er is alleen weinig oppervlak beschikbaar behalve daken. Er is dus een interessant programma om gebouwen en daken te beleggen met zonnepanelen. Op dit moment is er ongeveer 350 MWp aan zonnestroom on line in Singapore. Men wil nu 60 MWp drijvende panelen toevoegen op het Tengeh reservoir. Er lag daar al een 1 MWp drijvend zonnepark bij wijze van proef. De Tengeh zonnefarm mag dan wel een druppel op de gloeiende plaat zijn, maar in het dichtbevolkte Singapore telt nu eenmaal elke druppel.
bericht op www.straitstimes.com
Volgens het KNMI ontving ons land dit jaar tussen half maart en half juni 2,5% meer zoninstraling dan in dezelfde periode gemiddeld over de laatste 4 jaar. De oorzaak van die meeropbrengst zit volgens de experts in het gegeven dat er minder vliegverkeer was en er ook minder luchtverontreiniging werd geproduceerd door het verkeer en de industrie. Ofwel: schone lucht betekent dat de zonnepanelen het beter doen.
bericht op Solar Magazine: KNMI: 2.5 procent meer zoninstraling tijdens coronacrisis
Een interessant fenomeen bij goed geïsoleerde woningen is warmteaccumulatie tijdens hittegolven. Het begin van een hittegolf is peanuts: ramen dicht, zonwering naar beneden, ‘ s avonds de ramen lekker open en ventileren maar. Maar er treedt toch transmissie op van buiten naar binnen. Vergist u zich niet, mijn woning is vooroorlogse bouw en dat is energetisch gesproken buitengewoon knullige architectuur. Sinds de houten vloer is vervangen door beton met daaronder 30 cm polystyreen isolatie is het ’s winters behaaglijk warm en zeer comfortabel. Vanwege het dikke beton en het water in de lussen van de vloerverwarming bezit die vloer een enorme warmtecapaciteit. Het is een wamtemassa. Hij warmt hierdoor traag op en hij koelt ook traag af. Tijdens de eerste dagen van een hittegolf gaat het hierdoor allemaal prima. Totdat de nachten warm, vochtig en kleverig worden. Er is dan ’s nachts niet voldoende afvoer meer van warmte met als gevolg dat de vloer warmte accumuleert, dag na dag een half graadje erbij. Op het plaatje ziet u de monitoring in de ochtend van 11 augustus 2020. De vloerverwarming zelf staat uit, de pomp draait zo nu en dan op instructie van de pompschakelaar. Temperatuur in de toevoer is 26 graden, de lussen zelf (lees: de vloer) ‘doen’ 24,5 graden. In de winter is de watertemperatuur lus-in constant 23 graden. Toevoertemperatuur wordt gemeten voor de verdeler die de warmte de lussen in stuurt. Ze is vraagafhankelijk en zit in de winter tussen 20 en 50 graden. De vloer is dus op het moment warmer dan hij ooit in de winter wordt! Aangezien het in de winter een hele tijd duurt om de vloer op te warmen wordt het straks als de hittegolf afgelopen is een hele toer om al die warmte er weer uit te krijgen. De bedoeling van het isoleren van je huis is om warmte binnen te houden. nou, dat doet het ook – opgepast dus bij een hittegolf!